Hartslag meten
Je hartslag tellen is iets wat je overal kunt, zonder apparaat. Met een paar simpele regels krijg je een betrouwbaar getal.
Twee meetpunten
De twee meest gebruikte plekken om je pols te voelen zijn je polsslagader (radialis) en je halsslagader (carotis).
Aan de pols (radialis)
- Houd je linkerhand met de palm naar boven.
- Leg je wijsvinger en middelvinger van de andere hand op de duimzijde van je pols, ongeveer twee centimeter onder de plooi.
- Druk licht aan tot je een kloppen voelt.
Aan de hals (carotis)
- Leg je wijs- en middelvinger op de zijkant van je hals, naast je luchtpijp en onder je kaak.
- Druk zacht. Voel je niets, schuif dan een halve centimeter naar voren of achteren.
- Druk nooit op beide halsslagaders tegelijk.
Gebruik nooit je duim om te tellen. Je duim heeft een eigen, voelbare pols en dat kan je telling vertekenen.
Hoe lang tellen?
Tel 30 seconden en vermenigvuldig met 2. Heb je een rustige, regelmatige pols, dan mag je ook 15 seconden tellen en met 4 vermenigvuldigen. Voor de hoogste nauwkeurigheid (of als je pols onregelmatig aanvoelt) tel je een volle minuut.
Een onregelmatige pols is een reden om langer te tellen en eventueel een keer een ECG te laten maken. Zie ook onregelmatige hartslag.
Wanneer meten?
Een betrouwbare rusthartslag meet je 's ochtends, vlak na het wakker worden, voordat je opstaat of koffie drinkt. Zit of lig je rustig en hou je je telefoon weg, dan zakt je hartslag binnen een paar minuten naar je echte rustwaarde.
Vermijd meten direct na:
- sporten of zware lichamelijke inspanning (wacht minstens 10 minuten);
- een grote maaltijd (wacht een uur);
- koffie, thee, energiedrank of een sigaret (wacht 30 minuten);
- een stressmoment of heftig telefoongesprek.
Hartslagmeter of smartwatch
Een hartslagmeter kan handig zijn als je je hartslag continu wilt volgen, bijvoorbeeld tijdens sport of slaap. Borstbanden, die op het ECG-principe werken, zijn doorgaans het meest nauwkeurig. Optische polsmeters in smartwatches en sportbandjes zijn voor gewoon dagelijks gebruik prima, maar minder betrouwbaar bij hoge intensiteit, bij erg dunne of hele donkere huid, bij tatoeages onder de sensor, of als de band te los zit.
Veelgemaakte fouten
- Meten met de duim.
- Te hard drukken op de halsslagader (kan kortdurend de hartslag verlagen via de baroreceptoren).
- Tellen direct na traplopen of opstaan.
- Eén meting nemen en daarop een conclusie trekken. Een trend over meerdere dagen zegt meer dan één getal.
Wanneer naar de huisarts?
Meet je herhaaldelijk een rusthartslag boven de 100 of onder de 50 zonder duidelijke verklaring (zoals goed getraind zijn), of voel je een onregelmatige pols die niet binnen enkele minuten verdwijnt, dan is een controle bij de huisarts verstandig. Bij hartkloppingen mét duizeligheid, kortademigheid of pijn op de borst: bel direct 112. Zie wanneer naar de arts.