Onregelmatige hartslag
Een hartritme dat soms hapert hoort vaak gewoon bij een gezond hart. Pas wanneer het aanhoudt of klachten geeft, is verder onderzoek zinvol.
Twee soorten onregelmatigheid
Incidentele extrasystolen
Een extrasystole is een vroege, extra hartslag, gevolgd door een korte pauze. Daarna voelt de eerste 'gewone' slag vaak extra krachtig. Dat geeft het bekende gevoel dat je hart ‘overslaat’. Iedereen heeft ze, vaak duizenden per dag, zonder ze te merken. Op een 24-uurs ECG (Holter) zie je ze bij vrijwel iedereen wel een keer.
Extrasystolen worden uitgelokt door cafeïne, slaaptekort, stress, alcohol, koorts en hormonale schommelingen. Bij gezonde harten zijn ze ongevaarlijk, ook al voelen ze vervelend. Bij een gezonde structuur van het hart en zonder klachten is geruststelling meestal voldoende.
Aanhoudende ritmestoornis
Bij een aanhoudende ritmestoornis blijft het hart langere tijd onregelmatig kloppen. De bekendste vorm is atriumfibrilleren: de boezems trekken niet meer regelmatig samen, waardoor het hele ritme onvoorspelbaar wordt. Andere voorbeelden zijn atriale flutter en bepaalde vormen van geleidingsstoornissen.
Een aanhoudende ritmestoornis vraagt onderzoek, omdat sommige vormen het risico op een herseninfarct verhogen of het hart op termijn kunnen verzwakken.
Hoe voelt een onregelmatige hartslag?
Mensen beschrijven het op verschillende manieren:
- ‘Mijn hart slaat over.’
- ‘Het stottert kort.’
- ‘Mijn pols is helemaal niet meer in maat.’
- ‘Ik voel mijn hart trillen.’
Voel je je polsslag gedurende een hele minuut, dan kun je vaak zelf merken of de afstand tussen de slagen ongelijk is. Een gezonde pols klopt regelmatig, met alleen een kleine variatie op de ademhaling — vooral bij jongere mensen en sporters (sinusritme met respiratoire variatie). Dat is normaal.
Wanneer een ECG nodig is
Een ECG is zinvol bij:
- klachten die langer dan een paar minuten duren of vaak terugkomen;
- onregelmatigheid samen met duizeligheid, pijn op de borst of kortademigheid;
- een onregelmatige pols die bij meerdere metingen aanwezig blijft;
- nieuwe hartkloppingen na het 60ste levensjaar;
- onregelmatigheden bij iemand met hartziekte in de voorgeschiedenis of in de familie.
Holter-onderzoek
Een Holter is een draagbare ECG-recorder. Je krijgt elektroden op je borst en een klein kastje aan een riem of in een zakje. Het apparaat registreert je hartritme 24, 48 of 72 uur lang, soms een week. Je leeft tijdens dit onderzoek je gewone leven, zodat het apparaat de momenten meepakt waarop de klachten optreden. In een dagboekje noteer je wanneer je een aanval hebt, zodat de arts dat naderhand kan koppelen aan het ritme dat op dat moment liep.
Bij zeer zeldzame aanvallen kan een event recorder of een implanteerbare hartmonitor maandenlang meekijken.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij een onregelmatige pols die niet snel verdwijnt, vooral met klachten erbij. Ook bij hartritmestoornissen in de familie en bij eerder vastgestelde hartziekte is laagdrempelig contact terecht. Acute hevige klachten: 112. Zie wanneer naar de arts.