Hartritmestoornissen
Een ritmestoornis is een afwijking van het normale, regelmatige hartritme. Sommige zijn onschuldig, andere vragen behandeling.
Hoe het normale ritme werkt
Bij een gezond hart geeft de sinusknoop in de rechterboezem een regelmatig signaal af. Dat signaal trekt eerst de boezems samen, gaat dan via de AV-knoop naar de kamers en zet die aan tot samentrekken. Eén signaal, één hartslag, met een regelmatige tussenpoos. Dit heet sinusritme. Lees meer over de basis op wat is hartslag.
Indeling op hoofdlijnen
Snel of traag
- Tachycardie: hartslag boven 100 in rust. Zie tachycardie.
- Bradycardie: hartslag onder 60 in rust. Zie bradycardie.
Bovenkamer of onderkamer
- Supraventriculair: ontstaat in of net boven de boezems (atria). Vaak goed te behandelen.
- Ventriculair: ontstaat in de hartkamers (ventrikels). Doorgaans ernstiger.
Meest voorkomende vormen
Atriumfibrilleren
De boezems trillen in plaats van regelmatig samen te trekken. Het ritme wordt onregelmatig en vaak snel. Belangrijk vanwege het verhoogde risico op een herseninfarct. Lees verder op atriumfibrilleren.
Atriale flutter
Lijkt op atriumfibrilleren, maar de boezems hebben hier wél een ritme — alleen veel te snel (vaak rond 250–300). Met een ablatie meestal goed te behandelen.
Supraventriculaire tachycardie (SVT)
Aanvalsgewijze, snelle hartslag (vaak 150–220) met plots begin en plots einde. AVNRT en AVRT vallen hieronder. Niet levensbedreigend; vaak definitief op te lossen met ablatie.
Extrasystolen
Vroege extra hartslagen, gevolgd door een korte pauze. Iedereen heeft ze, vrijwel altijd onschuldig. Komen er heel veel achter elkaar dan kan onderzoek alsnog nodig zijn.
Ventriculaire tachycardie en ventrikelfibrilleren
Snelle ritmes vanuit de hartkamers. Ernstig, kan leiden tot bewustzijnsverlies en hartstilstand. Komt vooral voor bij onderliggende hartziekte. Acute behandeling met defibrillatie en daarna vaak een ICD (interne defibrillator).
Geleidingsstoornissen
Een AV-blok (eerste, tweede of derde graad) of bundeltakblok stoort de geleiding tussen boezems en kamers. Gevolg is meestal een trage hartslag, soms met klachten en een indicatie voor pacemaker. Zie bradycardie.
Sick sinus syndrome
De sinusknoop werkt onregelmatig: te traag, soms afgewisseld met te snel. Vooral op oudere leeftijd. Symptomatische varianten leiden vaak tot pacemaker.
Hoe worden ritmestoornissen onderzocht?
- ECG (hartfilmpje): 10 seconden, momentopname.
- Holter: continu meten van 24 uur tot enkele dagen, soms weken.
- Event recorder: voor incidentele klachten; je activeert het apparaat tijdens een aanval.
- Implanteerbare hartmonitor: zit maandenlang onder de huid en pikt zelfs zeldzame aanvallen op.
- Inspanningstest: kijkt naar het ritme onder belasting.
- Echo van het hart: voor de structuur van het hart en kleppen.
- Bloedonderzoek: schildklier, elektrolyten, hartenzymen.
Behandeling: globaal
- Behandeling van de onderliggende oorzaak (bloeddruk, schildklier, gewicht, slaapapneu, alcohol).
- Medicatie: bètablokkers, calciumantagonisten, anti-aritmica, antistolling bij atriumfibrilleren.
- Ablatie: een katheter via de lies brandt of vriest het foute geleidingspad weg. Effectief bij veel SVT-vormen, atriale flutter en in toenemende mate atriumfibrilleren.
- Pacemaker bij symptomatische bradycardie of ernstige geleidingsstoornissen.
- ICD bij hoog risico op levensbedreigende kameraritmieën.
- Cardioversie: korte elektrische schok onder roes om sinusritme terug te brengen.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij nieuwe of terugkerende hartkloppingen, een onregelmatige pols, of een rusthartslag die langere tijd buiten je gewone bereik valt. Zeker met klachten als duizeligheid, kortademigheid of bij hartziekte in de familie. Zie wanneer naar de arts.