Tachycardie
Tachycardie is de medische term voor een hartslag boven de 100 in rust. Niet elke vorm is gevaarlijk, maar onderscheid is belangrijk.
Hoofdtypen op hoofdlijnen
Sinustachycardie
De gewoonste vorm. De sinusknoop, je natuurlijke pacemaker, vuurt sneller af. Dat hoort bij inspanning, koorts, stress, pijn, bloedverlies, uitdroging, een te hard werkende schildklier, of bijwerking van medicatie. Sinustachycardie is geen ritmestoornis in strikte zin: het hart klopt regelmatig, alleen sneller. Behandeling is gericht op de oorzaak.
Supraventriculaire tachycardie (SVT)
Een verzamelnaam voor versnelde ritmes die ontstaan in of net boven de boezems. Typisch begint en eindigt een aanval plotseling, hartslagen tussen 150 en 220 zijn niet ongewoon. Vaak voelen mensen het bonzen in hun keel of borst. SVT is meestal niet levensbedreigend en is goed te behandelen, vaak met medicatie of een ablatie (een ingreep waarbij het foute geleidingspad onschadelijk wordt gemaakt).
Bekende vormen onder SVT zijn AVNRT en AVRT. Vagale manoeuvres (zoals persen, koud water in het gezicht) kunnen een aanval soms beëindigen.
Atriumfibrilleren
De boezems trekken niet meer regelmatig samen, maar fibrilleren chaotisch. De hartslag is daarbij doorgaans onregelmatig snel. Atriumfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis en verhoogt het risico op een herseninfarct, omdat in de stilstaande boezem stolsels kunnen ontstaan. Lees verder op atriumfibrilleren.
Ventriculaire tachycardie (VT)
Een snel ritme dat vanuit de hartkamers ontstaat. VT is medisch ernstig, kan overgaan in ventrikelfibrilleren en is een veelvoorkomende oorzaak van hartstilstand. Het komt vooral voor bij mensen met een onderliggende hartziekte. Klachten zijn hevige duizeligheid, kortademigheid, pijn op de borst en flauwvallen. Dit is een 112-situatie.
Hoe wordt het vastgesteld?
Een ECG (hartfilmpje) is de basis. Daarmee zien artsen direct of het ritme regelmatig of onregelmatig is, en of de prikkel uit de boezems of de kamers komt. Treedt de tachycardie maar af en toe op, dan kan een Holter-onderzoek (een continue ECG-meting van 24 uur tot enkele weken) het ritme onderscheppen. Een event recorder of implanteerbare hartmonitor wordt ingezet bij zeldzame aanvallen.
Behandelingsroutes globaal
- Onderliggende oorzaak aanpakken bij sinustachycardie: koorts behandelen, anemie corrigeren, schildklier behandelen, stoppen met stimulerende middelen.
- Medicatie: bètablokkers en bepaalde anti-aritmica vertragen het ritme of voorkomen aanvallen.
- Ablatie: bij veel vormen van SVT en sommige boezem- of kamerritmes is dit een definitieve oplossing.
- Antistolling bij atriumfibrilleren, om het risico op een herseninfarct te verkleinen.
- ICD (implanteerbare defibrillator) bij hoog risico op ventriculaire tachycardie.
Wat kun je zelf doen tijdens een aanval?
Bij een onschuldig aanvoelende, plotse versnelling zonder verdere klachten:
- ga zitten;
- adem rustig en lang uit;
- probeer een vagale manoeuvre, bijvoorbeeld door je gezicht in koud water te dompelen of stevig te persen alsof je naar het toilet gaat (Valsalva).
Helpt dit niet binnen enkele minuten of komen er klachten bij, dan is contact met een arts terecht. Doe geen vagale manoeuvres als je een hartziekte hebt en je arts dat niet expliciet heeft geadviseerd.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij herhaalde aanvallen van een snelle hartslag, ook als ze vanzelf overgaan, en bij een rusthartslag die wekenlang boven de 100 ligt. Bij plotse hevige klachten (zie alarmkader): bel 112. Zie wanneer naar de arts.