← Hartslag.org

Medicijnen die hartslag beïnvloeden

Veel medicijnen — voorgeschreven of vrij verkrijgbaar — beïnvloeden je hartslag. Vaak gewenst, soms een lastige bijwerking.

Kort: Bekende verlagers zijn bètablokkers, sommige bloeddrukverlagers en digoxine. Bekende verhogers zijn schildkliermedicatie, decongestiva, bepaalde luchtwegverwijders en sommige antidepressiva. Wijzig medicatie nooit zelf — overleg met je arts of apotheker.

Hartslagverlagende medicijnen

Bètablokkers

Voorbeelden: metoprolol, bisoprolol, propranolol, atenolol, nebivolol. Bètablokkers blokkeren de werking van adrenaline op het hart. Ze worden voorgeschreven bij hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, hartfalen, na een hartinfarct, bij hartkloppingen door angst, en soms bij migraine.

Effect: rusthartslag daalt, vaak met 10 tot 20 slagen. Maximale hartslag bij inspanning daalt ook, dus ‘oude’ trainingszones kloppen niet meer en moet je opnieuw vaststellen op gevoel of via inspanningstest. Veel mensen merken in de eerste weken vermoeidheid en kortademigheid bij inspanning; dat verdwijnt vaak na enige aanpassing.

Calciumantagonisten (van het ‘nondihydropyridine’-type)

Vooral verapamil en diltiazem. Vergelijkbaar effect op de hartslag als bètablokkers. Ingezet bij ritmestoornissen en sommige vormen van hoge bloeddruk.

Digoxine

Een ouder middel, vooral nog gebruikt bij sommige patiënten met atriumfibrilleren of hartfalen. Vertraagt de geleiding door de AV-knoop. Een hartslag onder de 50 met vermoeidheid bij iemand die digoxine gebruikt verdient altijd contact met de arts.

Anti-aritmica

Middelen als amiodaron, sotalol of flecaïnide grijpen op verschillende plekken in op de elektrische werking van het hart. Effect op hartslag verschilt per middel.

Ivabradine

Werkt direct op de sinusknoop en wordt voorgeschreven bij sommige vormen van hartfalen of bij chronische sinustachycardie als bètablokkers niet kunnen.

Hartslagverhogende medicijnen

Schildkliermedicatie

Levothyroxine (zoals Thyrax of Euthyrox) is een schildklierhormoon dat bij een trage schildklier wordt voorgeschreven. Bij een te hoge dosis stijgt de hartslag merkbaar. Bij hartkloppingen of een onverwacht hoge rusthartslag tijdens behandeling: laat je schildklierwaarden controleren.

Decongestiva

Bij verkoudheid en hooikoorts veelgebruikt: pseudo-efedrine en xylometazoline (neusspray). Beide werken vaatvernauwend en kunnen de hartslag en bloeddruk verhogen. Pseudo-efedrine wordt afgeraden bij hartziekte, hoge bloeddruk of hartritmestoornissen.

Astma- en COPD-inhalatoren

Salbutamol, terbutaline, formoterol, salmeterol — bekende ‘luchtwegverwijders’. Ze openen de luchtwegen, maar prikkelen ook het hart, vooral bij hogere doses of acute aanvallen. Kortdurend hartkloppingen of beverigheid is geen ongewone bijwerking.

Antidepressiva en stimulerende middelen

Sommige antidepressiva (vooral tricyclische middelen en sommige SSRI's bij start van behandeling) en ADHD-medicatie (zoals methylfenidaat) kunnen de hartslag verhogen. Bij twijfel altijd overleg met de voorschrijvend arts.

Recreatieve middelen

Cocaïne, amfetaminen en MDMA verhogen sterk de hartslag en bloeddruk en zijn een belangrijke oorzaak van acute hartproblemen op jongere leeftijd, soms zelfs bij eenmalig gebruik. We benoemen dit hier omdat het bij hartklachten relevant is — niet als advies.

Effect op hartslag bij sporten

Wie hartslagverlagende medicatie gebruikt en op hartslag traint, moet vaak opnieuw zijn zones bepalen. De geschatte max-HR via leeftijd klopt niet meer. Voor zones, zie hartslagzones. Bij sporten met bètablokkers werk je beter op gevoel (RPE) of op vermogen/pace.

Vrij verkrijgbare middelen die je hartslag kunnen beïnvloeden

Bel 112 bij plotse hevige pijn op de borst, plotse kortademigheid, flauwvallen, of een plotseling extreem snelle of onregelmatige hartslag — zeker na inname van nieuwe medicatie of recreatieve middelen. Stop nooit zelf met hartmedicatie zonder overleg.

Wanneer naar de huisarts of apotheker?

Maak een afspraak bij nieuwe hartkloppingen, een onverwacht lage of hoge rusthartslag, of klachten die je in verband brengt met (een wijziging in) je medicatie. De apotheker kan je helpen met bijwerkingen en interacties, de huisarts met de afweging of een aanpassing nodig is. Zie ook wanneer naar de arts.