Hartslag bij ouderen
De rusthartslag verandert op oudere leeftijd weinig. Wat wél verandert: de kans op ritmestoornissen en de invloed van medicatie.
Wat verandert er met de jaren?
De rusthartslag in zichzelf verandert nauwelijks met het ouder worden. De bandbreedte 60–100 blijft ongeveer gelden. Wat wél daalt is de maximale hartslag bij inspanning: minder pieken, een trager versnellen onder belasting, en een wat trager herstel na inspanning.
Daarnaast wordt het hart, vooral het ‘elektrische systeem’, kwetsbaarder. De sinusknoop, AV-knoop en geleidingsbanen functioneren bij ouderen wat minder soepel. Dat verklaart waarom hartritmestoornissen op oudere leeftijd duidelijk vaker voorkomen.
Atriumfibrilleren komt vaker voor
Atriumfibrilleren is op oudere leeftijd verreweg de belangrijkste ritmestoornis om alert op te zijn. Het komt vaker voor bij hogere leeftijd, hogere bloeddruk, overgewicht, slaapapneu, hartfalen en langdurig veel alcohol. Veel mensen merken er zelf weinig of niets van — pas bij een controle of een toevallige meting komt het aan het licht.
Waarom is dat belangrijk? Omdat onbehandeld atriumfibrilleren het risico op een herseninfarct verhoogt. Met antistolling en frequentie- of ritmecontrole is dat risico flink terug te dringen.
Polsmeten als simpele zelfcheck
Eén of twee keer per maand één keer een minuut je pols voelen, geeft je een goed idee van je hartritme. Voel je een onregelmatige pols, dan is het verstandig om dat tijdens een huisartsbezoek te laten controleren met een ECG. Lees hoe je dit precies doet op hartslag meten.
Veel huisartsen, apotheken en sommige bloeddrukmeters voor thuisgebruik geven tegenwoordig al een waarschuwing voor een onregelmatig ritme. Dat is een nuttige eerste signalering, maar geen vervanging van een ECG.
Invloed van medicatie
Veel ouderen gebruiken medicijnen die het hartritme beïnvloeden. Bekende voorbeelden:
- Bètablokkers (zoals metoprolol, bisoprolol) verlagen de hartslag, vaak gewenst bij hoge bloeddruk of ritmestoornissen.
- Calciumantagonisten zoals verapamil en diltiazem verlagen ook de hartslag.
- Digoxine vertraagt het ritme; bij ouderen is voorzichtige dosering belangrijk.
- Schildkliermedicatie verandert de hartslag in beide richtingen.
- Decongestiva en sommige luchtwegverwijders kunnen de hartslag juist verhogen.
Hartslagschommelingen zijn dus niet altijd een teken van een nieuw probleem — soms zijn ze het effect van (een wijziging in) je medicatie. Lees ook medicijnen en hartslag.
Wat is normaal, wat verdient aandacht?
- Een lichte daling van inspanningsvermogen met de jaren is normaal.
- Een rusthartslag tussen 60 en 100 zonder klachten is normaal.
- Een onregelmatige pols, zeker als die langer aanhoudt of nieuw is, verdient een ECG.
- Plotse hartkloppingen, kortademigheid of duizeligheid bij weinig inspanning vragen om beoordeling.
- Flauwvallen of bijna-flauwvallen is op elke leeftijd reden voor onderzoek.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij een nieuwe of langer aanhoudende onregelmatige hartslag, bij hartkloppingen met klachten, of als je vermoeider raakt dan je gewend bent. Heb je al een hart- of vaatziekte, dan helpt jaarlijkse controle om problemen vroeg op te pikken. Zie wanneer naar de arts.